Interviews

Bernard Welten (oud-politiechef Amsterdam) over de drie eigenschappen die leiderschap voorspellen

Oud-politiechef van Amsterdam Bernard Welten selecteerde zijn leidinggevenden niet op intelligentie, maar op focus, emotionele intelligentie en verantwoordingszin. In de podcast Selection Talks licht hij toe hoe hij die eigenschappen inzette bij een korps van 6.000 medewerkers.

Redactie
25 september 2026
Bernard Welten (oud-politiechef Amsterdam) over de drie eigenschappen die leiderschap voorspellen

Oud-politiechef van Amsterdam Bernard Welten beschouwde intelligentie als een hygiënefactor bij het selecteren van leidinggevenden. Onderscheidend waren volgens hem drie andere eigenschappen, namelijk focus, emotionele intelligentie en verantwoordingszin.

Van straatagent naar de leiding van 6.000 mensen

Welten begon in 1977 als agent en gaf van 2004 tot 2011 leiding aan de politie in Amsterdam, een organisatie met ongeveer 6.000 medewerkers. Tegenwoordig doet hij onderzoek naar veiligheidsvraagstukken en maakt hij deel uit van de wetenschappelijke adviesraad van de Nederlandse politie. In de podcast Selection Talks blikt hij terug op de manier waarop hij in die jaren naar leiderschap keek en hoe hij bepaalde wie bij het korps een leidinggevende positie kreeg.

Zijn sturing rustte op twee pijlers. De eerste was de veiligheid op straat, de tweede was de competentie van de leidinggevenden zelf. Die tweede pijler behandelde hij nadrukkelijk als een selectievraagstuk en niet alleen als een kwestie van opleiding of ervaring. Wie de organisatie binnenkwam of doorstroomde, werd beoordeeld op eigenschappen die zich volgens Welten moeilijk laten aanleren.

Drie eigenschappen die het verschil maken

Gevraagd om uit een set kaarten de eigenschappen te kiezen die leiderschap het best voorspellen, koos Welten voor focus, emotionele intelligentie en verantwoordingszin. Intelligentie liet hij bewust liggen. Die eigenschap noemt hij een hygiënefactor, iets dat op een bepaald niveau aanwezig moet zijn maar dat binnen een groep kandidaten die de drempel haalt geen onderscheid meer maakt.

Daarnaast zocht hij naar wat hij in het gesprek "mensen met passie, talent en groot geweten" noemt. Hij beschrijft dat als beroepsmatige buikpijn, een blijvende alertheid bij mensen die weten dat straten onveilig zijn. Achteraf mist hij in dat rijtje één eigenschap, namelijk communicatievermogen. Een leidinggevende moet volgens hem kunnen uitleggen waar de organisatie voor staat, zowel intern als naar buiten toe.

Leiderschap zelf ordent Welten langs vier krachten, die hij aan historische figuren koppelt. Handelingsvermogen verbindt hij aan Patton, verbindingsvermogen aan Obama, verbeeldingskracht aan Martin Luther King en ontwikkelingsvermogen aan Gandhi. Het onderscheid tussen managen en leidinggeven vat hij samen in één zin. "Een manager zorgt dat proces en administratie kloppen. Een leider is iemand die mensen willen volgen en die zijn nek uitsteekt."

Regels serieus nemen en toch het probleem oplossen

In de cultuur die Welten wilde bouwen, was het niet genoeg om protocollen te volgen. Hij zocht naar officieren die regels serieus nemen en tegelijk het onderliggende probleem oplossen. Zijn eigen motto daarbij was dat medewerkers zich moesten gedragen alsof zij zelf politiechef waren. Op die manier verdwijnt volgens hem de afstand tussen het werk en de verantwoordelijkheid ervoor, een afstand die in grote organisaties makkelijk ontstaat.

Om groepsdenken tegen te gaan haalde hij twaalf jonge academici binnen met de expliciete opdracht hem nooit bij te vallen. Die groep functioneerde als een vast tegengeluid bij besluiten. Het is een ingreep die laat zien hoe hij tegenspraak niet als risico zag maar als voorwaarde voor kwaliteit van besluitvorming.

Wrijving hoort bij verandering

Welten benadrukt dat verandering niet zonder frictie gaat en dat een leidinggevende niet iedereen tevreden kan houden. Mensen die in zijn ogen niets bereikten of zich opportunistisch opstelden, verdwenen uit de organisatie. Die consequentie hoort volgens hem bij de keuze om op competentie te sturen. Wie eigenschappen als focus en verantwoordingszin leidend maakt bij de selectie, moet ook bereid zijn om vast te stellen wanneer die eigenschappen ontbreken.

Voor de assessmentpraktijk is vooral zijn positionering van intelligentie relevant. Door cognitief vermogen als drempelwaarde te behandelen en de selectie vervolgens te laten draaien om gedragsmatige eigenschappen, legt Welten het accent op wat iemand in de dagelijkse praktijk van een leidinggevende functie daadwerkelijk doet.

Het gesprek met Bernard Welten is aflevering 042 van de podcast Selection Talks en is te beluisteren via https://www.selectionlab.com/podcasts/bernard-welten

Bron: Selection Talks (https://www.selectionlab.com/podcasts/bernard-welten)

Terug naar overzicht

Gerelateerde artikelen